Creatieve Verbindingen van Ella Hueting

Overpeinzingen van een onderwijsmanager

Liefde voor muziek laat zich niet persen in een keurslijf van beleidsnotities

Vandaag een denderend openingsconcert van onze nieuwe docenten (Izaline Calister, Jeroen van Vliet, Miguel Boelens, Wiro Mahieu, Sandra St. Victor met oud student Ruud Voesten) voor de voltallige studentengroep. Wat een sfeer.

Hieronder mijn openingsspeech.

Beste Studenten en Collegae,

 Welkom bij de officiële opening van het hogeschooljaar 2011-2012.

 Het zijn roerige tijden  in de kunstsector, roerige tijden in het onderwijs, en dus  roerige tijden in het kunstonderwijs. Het afgelopen jaar is een stortvloed van rapporten en maatregelen over ons hoofd neergedaald, van mensen en instanties die ons vertellen wat we moeten doen en hoe we het moeten doen. Ik geef een opsomming en bij voorbaat verontschuldig ik me voor het taalgebruik.

Ruim een jaar geleden, op 10 april 2010, verschijnt het rapport Veerman: differentiëren in drievoud. Hogere kwaliteit, meer profilering door universiteiten en hogescholen en meer differentiatie in het onderwijs zijn de kernboodschappen van deze commissie. Het kunstonderwijs krijgt de eer als eerste een sectorplan te schrijven.

 Al in mei komt de commissie Dijkgraaf met een rapport over de toekomst van het Nederlandse kunstonderwijs: Onderscheiden, verbinden, vernieuwen. Uit dit rapport wil ik kort citeren:“De kwaliteit van het kunstonderwijs in Nederland is uitstekend, maar het profiel moet scherper. Het beroep kunstenaar verandert snel. Zo vraagt de creatieve industrie om multidisciplinaire opleidingen met meer aandacht voor cultureel ondernemerschap. “

 “Het kunstonderwijs leidt getalenteerde jonge mensen op voor beroepen die wereldwijd in omwenteling zijn: een wervelwind van technologie, demografie en nieuwe productiestructuren en nieuwe wezensvragen van mensen. Het kunstonderwijs moet daarom voorop lopen in het kiezen van duidelijke profielen, verbinding met de beroepspraktijk en praktijkgericht onderzoek. Zo kan het zijn studenten, docenten en de sector in zijn geheel blijvend innoveren”.

Een excellent, onderscheidend aanbod is de norm. Daarom moeten hogescholen zich profileren: wie pretendeert alles te kunnen zal niet iets werkelijk realiseren. Een grotere varieteit van opleidingen is noodzakelijk.

De commissie signaleert in haar advies grote dynamiek in kunst, cultuur en de creatieve industrie. Die dynamiek leidt tot een steeds hechtere vervlechting met economie en samenleving in  geheel nieuwe vormen van beroepspraktijk. Dit vraagt om nieuwe creatieve vaardigheden, expertise en ondernemerschap.  

Het rapport Dijkgraaf vormt de basis voor het sectorplan voor de toekomst van het kunstonderwijs van de Kunstsector van het HBO . focus op toptalent. De kern van dit rapport is: Kwaliteit voor kwantiteit. Hogescholen zullen minder studenten opleiden tot beeldend kunstenaar of musicus. Daar staat extra aandacht voor toptalent, masters, onderzoek en aansluiting bij de creatieve industrie tegenover. De hogescholen kiezen voor zwaarder selecteren, onderlinge samenwerking en afspraken met de beroepspraktijk.

De hogescholen spreken af allemaal duidelijke profielen te kiezen. De vooraanstaande internationale positie van het Nederlands kunstonderwijs is voor hen een vanzelfsprekend uitgangspunt. Ze kiezen voor intensivering ervan.

De hogescholen gaan een kwart minder beeldend kunstenaars en dansers opleiden en tien procent minder klassieke of jazzmusici. Het hierdoor beschikbaar komende geld zal worden geïnvesteerd in de kwaliteit van kunstvakdocenten en extra begeleiding van (internationaal) toptalent. Voor deze laatste groep is een speciaal beurzenstelsel nodig. Bij muziek en dans komt er een landelijk samenhangend aanbod en een uitgesproken topvoorziening. Bij de masteropleidingen vindt uitbouw tot een volwaardig aanbod plaats. En meer onderzoek zal ten dienste staan van vernieuwende topsectoren, als een prikkel voor de economie.

 De politiek zit ondertussen ook niet stil. Het kabinet Rutte-Verhagen laat in november 2010 weten fors te willen bezuinigingen op cultuur. Ondernemerschap wordt de norm. Desondanks wordt de BTW op kaartjes voor de podiumkunsten verhoogt van 6% naar 19% BTW. De schreeuw om cultuur eind november mag niet baten, en leidt uiteindelijk slechts tot een uitstel van de BTW verhoging van januari 2011 naar juli 2011.

Staatssecretaris Zijlstra kondigt op 10 juni 2011 aan 200 miljoen, van het totale budget van 900 miljoen, op cultuur te gaan bezuinigen. De Raad voor Cultuur die Zijlstra om advies heeft gevraagd, adviseert een overgangsperiode maar Zijlstra wil er niet van weten.

 Onlangs heeft het kabinet haar beleidsnota voor het cultuurbeleid aan de tweede kamer voorgelegd. Deze beleidsnota heet : meer dan kwaliteit: een nieuwe visie op cultuurbeleid. Citaat: Het kabinet wil dat culturele instellingen en kunstenaars ondernemender worden en een groter deel van hun inkomsten zelf verwerven. Culturele instellingen moeten minder afhankelijk worden van de overheid en daardoor flexibeler en krachtiger worden.

 ‘Het kabinet kiest voor een sterkere bezuiniging op sectorinstituten en intermediairs in plaats van op cultuurproducerende instellingen. Veel taken die nu bij sectorinstituten belegd zijn om producerende instellingen te ondersteunen, vindt het kabinet de verantwoordelijkheid van instellingen zelf, brancheverenigingen en de markt.

Er zal geen ruimte meer in de basisinfrastructuur zijn voor Muziek Centrum Nederland en het Nederlands Muziek Instituut. De muzieksector is een professionele sector die het grootste deel van de ondersteunende taken zelf kan organiseren.’

 Tot zover deze opsomming. Het is niet allemaal onzin wat er in die rapporten staat. Maar waar is de passie? De kern waar het om gaat is de liefde voor ons vak. En die laat zich niet persen in een keurslijf van beleidsnotities.

 Gelukkig zien onze studenten dat ook. Vorige week zijn jullie, de eerstejaars van muziek, samen met de eerste jaars van art&design op introductie geweest (sheets over de introductiefoto’s) Vorige week vroeg De Gelderlander aan 3 van hen waarom ze in deze tijd voor een kunstopleiding kiezen. Hun antwoorden: het valt best wel mee met die werkgelegenheid in de muzieksector. Het is nu crisis, maar die gaat ook wel weer over. En: ik wil vooral iets doen waar ik gelukkig van wordt. En daarmee slaan ze de spijker op hun kop. Laten we niet bij de pakken neerzitten. Er is werk aan de winkel. Nu meer dan ooit.

 En studenten: mag ik jullie dan feliciteren met jullie keuze voor ArtEZ? Onze hogeschool heeft al jarenlang ondernemerschap in haar curriculum. Multidisciplinair onderwijs ligt hier voor het oprapen nu muziek samen onder een dak zit met dans, theater, art&design. Het afgelopen jaar heb ik een werkgroep mogen voorzitten over de ontwikkeling van de Musicus van de 21ste eeuw. We hebben met veel mensen gesproken: uit het arbeidsveld, studenten, alumni, middelbare scholieren en docenten. Als sterke punten komt er voor ons conservatorium uit: de mogelijkheid om je eigen stijl te ontwikkelen door de vele keuzemogelijkheden, en de vele disciplines die ArtEZ in huis heeft. Laten dit nu net ook de punten zijn die genoemd worden in de diverse adviesrapporten? Maar het mag duidelijk zijn dat er ook nog werk aan de winkel is: het is geen tijd om zelfgenoegzaam stil te blijven zitten. Studenten, jullie moeten je profileren. De projectweek staat helemaal in het teken van personal branding en ondernemerschap. De introductie week stond in het teken van netwerken. En natuurlijk blijft het ontwikkelen van het muzikale ambacht en artisticiteit voorop staan. Wij, jullie docenten en de hogeschool, zijn er om jullie daarbij te helpen en te ondersteunen.

Studenten, collega’s, ik werk inmiddels bijna een jaar op dit conservatorium. Maar nog dagelijks kijk ik mijn ogen uit. Nee, vallen mijn oren van mijn hoofd, als ik hoor wat er hier allemaal gebeurt. De kwaliteit is zo hoog, en de passie zo groot.

Maar er is nog iets waar we heel goed in zijn: bescheidenheid. Bescheidenheid is een deugd, bescheidenheid siert. We zijn er zo goed in om geheim te houden wat we doen, dat bijvoorbeeld geen ziel in Arnhem weet dat we hier wekelijks lunchconcerten houden. En dat onze eindexamens openbaar zijn. Laat staan dat ze weten hoeveel talent hier rondloopt. 

 Maar realiseer jullie: wat jullie hier doen is niet de norm. Om met Dijkgraaf te spreken: excellentie en onderscheidenheid zijn hier de norm. De lat ligt hier een stuk hoger dan in andere sectoren van het onderwijs. En dat moeten we vooral laten zien: aan de bewoners van Arnhem, aan onze collegae in de rest van het land, aan de politiek, aan het buitenland. We zijn goed, en dat mag iedereen horen. En hoe kunnen we dat beter doen dan door onze muziek?

 Studenten, collegae, heel veel succes dit jaar.

augustus 31, 2011 - Posted by | bijeenkomst | , , , ,

1 reactie »

  1. […] Liefde voor muziek laat zich niet persen in een keurslijf van beleidsnotities « Creatieve Verb… […]

    Pingback door Google Reader Shares for September 3rd | HANs on Experience | september 4, 2011


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: