Creatieve Verbindingen van Ella Hueting

Overpeinzingen van een onderwijsmanager

Afscheid

Creatieve Verbindingen

Ter gelegenheid van mijn afscheid bij de HAN op 5 oktober 2010

Beste Mensen: studenten, collega’s, mensen uit het bedrijfsleven, van de overheid, en collega-instellingen, Lieve Peter, Bernard en Rama,

Dit jaar ben ik  50 en die 50 jaar hebben vooral in het teken gestaan van onderwijs: eerst als leerling en student. Later als docent en manager in het onderwijs. En als ouder van Bernard en Rama. Al heb ik er dan niet voor gestudeerd, ervaringsdeskundige mag ik me dan toch met recht noemen.

Op de kop af 20 jaar heb ik bij de HAN gewerkt: 1 september 1990 ben ik begonnen 1 september 2010 ben ik er weg gegaan. Eerst als docent recht en daarna steeds meer in het management, waarvan sinds 2001 bij de Informatica Communicatie Academie en de laatste 3 jaar als Directeur van de Faculteit Techniek.

Er is die afgelopen jaar veel veranderd bij de HAN. Een periode die bestond uit veel creatieve verbindingen, vooral de afgelopen 10 jaar. Ik wil jullie daarin meenemen vanuit mijn persoonlijke terugblik over de afgelopen 20 jaar. Uiteraard  dus ook vanuit mijn eigen persoonlijke, en daarmee ook beperkte perspectief. De meesten van jullie hebben ongetwijfeld het boek Veelstromenland over de geschiedenis van de Han gezien, en wellicht ook gelezen. Daarin vind je alle feiten terug. Maar deze versie van de feiten nog niet.

Bij voorbaat wil ik mijn verontschuldigingen aanbieden omdat ik niet iedereen persoonlijk kan noemen. Van veel mensen heb ik al in een andere setting, in kleinere kring afscheid genomen. En aan ieder die hier aanwezig is heb ik persoonlijke herinneringen, en ik hoop en denk ook  dat een ieder zich ergens in het verhaal kan herkennen.

OMZIEN IN VERWONDERING

Het is tegenwoordig ondenkbaar dat een docent de lessen uit zijn of haar losse pols geeft zonder dat daaraan een gedegen studiewijzer ten grondslag ligt en zonder dat de student inzicht heeft in het totale curriculum voordat hij met zijn opleiding begint. Toch ging het wel een beetje zo 20 jaar geleden: op de eerste dag kreeg je het boek in de hand gedrukt, en kon je meteen gaan lesgeven. Didactische cursussen bestonden wel maar waren niet verplicht.

Ik weet bijna zeker dat elke docent zich zijn eerste lesdag nog haarscherp kan herinneren. Ik in ieder geval wel. De onwennigheid aan het nieuwe gebouw. In welk lokaal moet je zijn? De afwachtende blik van de studenten. Aan honderden studenten heb ik lesgegeven maar die allereerste klas kan ik me nog als een van de beste herinneren. Dat bleek maar weer eens toen ik afgelopen week een studente van die eerste groep (dus na 20 jaar) tegenkwam op de sportschool. Ik herkende Ulrike meteen. Eerlijk toegeven: ze was ook heel erg goed in het vak recht dat ik gaf. Dat heeft vast gescheeld.

Maar niet alleen de didactiek is een stuk professioneler geworden. Ook de omgeving waarin het onderwijs plaats vindt. Ik begon in het gebouw aan de President Kennedylaan in Velp. 8 jaar heb ik lesgegeven in dit gebouw waar mijn naaldhakken voortdurend bleven hangen in de franje van het versleten grijze tapijt dat tevergeefs op vervanging wachtte. Op dinsdag rook de hele school naar vis omdat dan de viskraam op de parkeerplaats stond. Met uitzondering van mijn zwangerschap, waarbij ik dinsdags nog wel eens kokhalzend voor de klas stond, had ik er niet zo’n last van. Ik hield gelukkig van vis. De collega’s die niet van vis hielden hadden het lastiger op dinsdag.

Vergelijk dat maar eens met de prachtige onderwijsgebouwen van tegenwoordig.

Ook de tentamenperiodes zagen er anders uit. In die tijd veelal nog massaal gehouden in de Eusebiuskerk of in de kerk aan de Rozendaalse straat.  In mijn naïviteit had ik geregeld dat mijn eerste tentamen 4 uur duurde. Studenten zuchtten en steunen. Ik werd op het matje geroepen bij de studierichtingsleider: dit was toch geen universiteit. De studenten die bij mij les hadden gehad vertelden echter achteraf, ondanks hun gesteun en gemopper, wel vol trots over het lange tentamen. Dat was pas serieus werk! Later werd de duur van tentamens aan regels gebonden. Een tentamen mocht niet langer duren dan 2 uur.

Bij de eerst volgende les werden de nagekeken tentamens weer uitgedeeld en klassikaal besproken. Vooral de veel gemaakte fouten. En studenten konden achteraf individueel vragen stellen over hun tentamen. Ter plekke konden ze protesteren als ze het niet eens waren met de beoordeling, wat echter niet vaak gebeurde. Later werd inzage geformaliseerd: op vaste tijdstippen in aparte zittingen met surveillanten mogen studenten hun tentamen in kijken en als ze het niet eens zijn een bezwaarschrift indienen, wat de docenten dan weer 2 dagen later nagekeken moeten hebben. Hiermee wordt voorkomen dat studenten tijdens de nabespreking frauderen. Maar nabespreken is er helaas niet meer bij.

Een aantal jaren later werd ik studierichtingsleider wegens de ziekte van de toenmalige studierichtingsleider Hein Beuman. Ik gaf 28 uur les  en daarnaast deed ik het management van de opleiding. En al snel daarna volgde ik Henk van Sonsbeek op bij de opleiding Fiscale Economie. Dat kon er toen ook nog makkelijk naast. Nog geen begrotingen en functioneringsgesprekken. Laat staan R&O gesprekken. Ik bewaar warme herinneringen aan Beuman en Van Sonsbeek (in die tijd noemden we onze bazen nog bij de achternaam). En ook aan de tijd waarin we met een klein groepje mensen zo ongeveer dag en nacht werkten om de zaken draaiend te houden, heb ik goede herinneringen. Wat dat betreft is er nou ook weer niet zo veel veranderd.

Ja, het hobbyisme van het lesgeven is er inmiddels helemaal af. Net zo als het management een stuk professioneler is geworden. Van matrix organisatie zijn we een echte lijnorganisatie geworden. En na de fusies zijn opleidingen geclusterd in instituten. Allemaal ontwikkelingen die naar mijn idee het onderwijs ten goede zijn gekomen. Soms zijn we misschien wat te ver afgedwaald in onze pogingen om het allemaal zo goed mogelijk te doen. Weegt het beperken van fraude door formele inzages, op tegen het feit dat we onze tentamens niet meer klassikaal kunnen nabespreken? En kunnen we nog wel voldoende geld aan het onderwijs besteden naast allerlei andere maatschappelijke verplichtingen die we hebben? Als instituutsdirecteuren maakten we nog wel eens een grapje als docenten ons (overigens terecht) verweten dat we te weinig tijd voor hen hadden. Tja, zeiden we dan, we zijn zo druk met R&O gesprekken dat we geen tijd meer voor de docenten hebben. Je moet dan bedenken dat er een periode is geweest dat ik in het voorjaar wel 100 functioneringsgesprekken hield.

WORLDWIDE?

De ontwikkeling an ICT en de opkomst van het internet heeft ook veel veranderd in het onderwijs.  Ik kan me herinneren, het moet ergens in 1995 zijn geweest, dat ik klachten kreeg van studenten dat ik mijn post niet las. Daar begreep ik niets van want ik las mijn post altijd. Toen bleek dat ik een digitale postbus had. E-mail, ik hoorde er voor het eerst van. Toen nog niet wetend dat ik ooit in zo’n prominente ICT omgeving zou komen te werken. Enkele jaren later schreef ik er een stukje over op Hannovatie. Ik citeer: ‘ De ICT gaat ons werk en onze levens drastisch veranderen en voor de generatie die wij nu in de klas hebben zitten geldt waarschijnlijk dat die al bijna niet meer weet hoe dat oude tijdperk eruit ziet. De Homo Zappiens is opgestaan.’

Tjonge, wat een achterhaalde passage. Ik kan me zelf niet eens meer een leven zonder mobiele telefoon, pc of tomtom voorstellen. En sinds 1 september ben ik zelfs overgegaan op de Mac.

DE VERLEIDING VAN TECHNIEK

Er ging een wereld voor mij open, eerst door mijn werk bij ICA en later bij de Faculteit Techniek. Een wondere bètawereld waar ik als echte alfa mijn ogen uitkeek. Maar waar ook een forse uitdaging lag, en nog steeds ligt. Hoe laten we aan de buitenwereld zien hoe mooi, innovatief en creatief deze bètawereld is. Hoe zorgen we dat ook meisjes zich thuis voelen in de wereld van bits en bytes, meet- en regeltechniek, autotechniek, en civiele techniek? Om maar een paar van deze bètawerelden te noemen. We noemden ons programma ‘ De verleiding van Techniek’ . De kunst is om de wereld van techniek, die in onze huidige tijd aan het oog onttrokken is, weer zichtbaar te maken. Niet het wegstoppen van de techniek, maar juist het zichtbaar maken van de techniek. Mijn bezoek aan het Medialab van het MIT (waar ik Glorianna Davenport heb leren kennen) opende mijn ogen voor de experimentele toepassingen van techniek in samenleving. Mitch Resnick introduceerde de creatiespiraal. Door de snelle technische innovaties hebben we steeds meer creatieve mensen nodig die zich snel kunnen aanpassen. Die creativiteit kunnen we stimuleren met techniek. Hij leerde ons de toepassingen van Scratch en de Pico-crickets. (FILMPJE ) en onder een heuse boom in het Medialab maakten we kennis met de X-pollinates. En later met Neil Gerschenfeld van het Fablab. Zij hebben de inspiratie gegeven voor de ideeën over de nieuwe opleiding Technologie en Samenleving.

En aan de oprichting van het HanLab . En vervolgens het FABlab binnen de HAN. En daaruit is ook onze missie voortgevloeid: techniek ten dienste van de samenleving. Techniek is immers de ruggegraat van onze samenleving en de motor van innovatie.

Het is een bittere noodzaak voor de groei van onze economie dat we meer bètamensen opleiden. Dat is ook de reden dat we het ons niet kunnen permitteren om 50% van onze samenleving (namelijk vrouwen) uit te sluiten van de techniek en de ICT.

Reeds bij de opening van ICA besteedden Deny en ik hier aandacht aan. Ik denk niet dat er veel uitnodigingen de krant haalden, maar deze stond er fraai op, zeker een halve pagina groot. Hij was niet in HAN stijl, maar daar werd toen nog niet zo zwaar aan getild. En hij werd ons ook niet door al onze vrouwelijke collega’s in dank afgenomen. In ieder geval studeren er nu wel veel meer meisjes bij ICA.

Bij de Faculteit Techniek ligt er nog een opgave als het gaat om brede instroom. Het was de bedoeling dat de opleiding Technologie en Samenleving in dit gat zou voorzien. Helaas staan hier nog steeds wetten in de weg, en praktische bezwaren. Van mensen die onvoldoende begrijpen hoe de jongere generatie verleid kan worden. Young Works heeft met haar Betamentality model deze jongeren op een uitstekende manier in beeld gebracht: de geïnteresseerde generalisten. Jongeren die de bètavakken wel aankunnen maar breder geïnteresseerd zijn dan de concrete bèta’s. Ik hoop van ganser harte dat het Miranda en haar collega’s lukt om overmorgen de overheid ervan te overtuigen dat deze opleidingen voorziet in een lacune binnen ons bètaonderwijs. En dat de opleiding Technologie en Samenleving zal zorgen voor ook meer instroom in de traditionele techniekopleidingen. Net zoals de opleiding Communication & Multimediadesign dat heeft gedaan bij de ICT opleidingen.

CREATIEVE VERBINDINGEN

Afscheid noopt onvermijdelijk tot terugkijken. Elke periode had zijn eigen charme. Elke periode brengt zijn eigen herinneringen met zich mee. En deze zijn zo talrijk dat ik bij de voorbereiding van dit verhaal meer tijd bezig ben geweest met schrappen dan met schrijven. Zo blijven in dit verhaal buiten beschouwing de creatieve verbindingen met het Platform Bèta Techniek dat ons nauwlettend beoordeelde maar er ook altijd was als we hulp en steun nodig hadden. De Raad van Advies van ICA, onder het bezielend voorzitterschap van Henk Berg, die ons met raad en daad bij stond bij onze experimenten in onderwijs- en organisatiestructuren. En de pril van start gegane Raad van Advies van TES. VHTO die ons leerde dat 30% meisjes een kritiek percentage is.

De HAN-NRC creative masterclasses  die ons inspireerden bij nieuwe ontwikkelingen en waar we nog steeds contacten hebben met deelnemende studenten en sprekers. En de inspirerende brainstorms met Janne en Roy ter voorbereiding. De samenwerking met andere onderwijsorganisaties (SHEET 17), zoals de ROC’s, VO-scholen en universiteiten, die niet alleen heel vruchtbaar was maar ook buitengewoon plezierig. De samenwerking met de honderden bedrijven. Bedrijven die steeds opnieuw bereid waren om onze studenten een werkplek te geven. Vaak hadden ze er daarmee ook een junior consultent bij. En specifiek de Ondernemerskring Arnhem. De talrijke startende studentbedrijven, waaronder de Ecotuk, Sit en Heat, 2keer, en natuurlijk Microflown, wellicht het meest innovatieve bedrijf op het gebied van acousitic dat binnen onze faculteit gevestigd is. Buro 302, waarvan Jop Geven en Anne Coppens de exponenten zijn. En dan de ingenieursvereniging Kivi Niria dat hier morgen haar jaarcongres houdt. De samenwerking met de plaatselijke overheden. Met name de gemeenten Arnhem, Nijmegen, Doetinchem en Helmond. (Filmpje)

Een bijzondere bijdrage heeft ook mijn gezin geleverd. Rama en Bernard die voortdurend als proefkonijn dienden als ik moest beoordelen of het voorlichtingsmateriaal aantrekkelijk genoeg was. Of de nieuwe poster voor TES aansloeg of er geholpen moest worden bij de voorlichtingsdagen. Peter, mijn grote liefde, die jaar in jaar uit mijn klankbord was. Mijn geweten en mijn relativeringsvermogen.

Specifiek wil ik noemen de samenwerking met de andere faculteiten. De laatste jaren is met name met de faculteit educatie een mooie verbindingen ontstaan als het gaat om het opleiden van jonge mensen in de techniek. En met de faculteit economie voor wat betreft het ondernemerschap. Het ondernemerschap is niet meer weg te denken binnen onze faculteit en krijgt nog steeds meer nadruk. Het Centrum van Ondernemerschap heeft ervoor gezorgd dat de studentbedrijven en jonge starters ook daadwerkelijk de steun kregen die zij nodig hadden om te kunnen starten en door te groeien. Een mooi voorbeeld daarvan is op dit moment razend actueel: De Ecotuk en Sit en Heat, behoren tot de 4 genomineerde Nederlandse spin-off bedrijven voor de Clean Tech Open Ideas World Competition. Vandaag deden zij hun pitch. Vlak voordat ik hier kwam werd ik gebeld dat Ecotuk heeft gewonnen en worden dus namens Nederland uitgezonden naar San Fransisco. Ik weet niet of jullie het horen Frank en Ruben, maar er wordt hier hard geapplaudiseerd voor jullie. En ook Ralph en Jorg, gefeliciteerd met jullie prestatie.

Ook voor onze faculteit iets verder van huis, met de faculteit GGM is een mooie verbindingen ontstaan en zijn er multidisciplinaire projecten als het gaat om zorgtechnologie.

Prominente figuren uit Nederland zijn bereid geweest hun naam aan onze faculteit te verbinden, ons te adviseren, ons met raad en daad terzijde te staan, hun kennis met ons te delen. Daardoor waren we in staat goed in te spelen op nationale en internationale trends, konden we tegen de trend in fors groeien de afgelopen jaren en konden we toonaangevende projecten doen.

Een van die projecten is het Theewaterskloofproject.

SAMEN

W

We hebben mooie resultaten behaald met onze faculteit en ik hoop en denk ook dat we met onze faculteit een bijdrage hebben geleverd aan de innovatiekracht van onze Nederlandse samenleving. De externe verbindingen die ik zojuist noemde zijn daarbij van wezenlijk belang. Maar een ding weet ik zeker: deze min om meer experimentele ontwikkelingen waren alleen mogelijk door de goede en hoge kwaliteit van ons onderwijs en onze docenten. En dan praat ik over een geschiedenis van zo’n 60 jaar techniekonderwijs waarbij die basis is gelegd. Alleen met zo’n basis is het mogelijk om nieuwe innovatieve richtingen in te slaan. De enthousiast sfeer binnen onze faculteit, waarbij een ieder steeds weer klaar stond om mee te denken, de handen uit de mouwen te steken, in het week-end naar voorlichtingsbijeenkomsten ging over techniek, de deskundigheid van ons docententeam, zijn van onschatbare waarde. En niet te vergeten de groep mensen die ik ‘de stille kracht’  zou willen noemen: onze stafmedewerkers van de faculteit, de mensen van het servicebedrijf, waaronder vooral ook de schoonmakers en conciërges, die bijna letterlijk dag en nacht voor ons klaarstaan. En waarvan ik me bewust ben dat zij, als wij hier zo meteen allemaal vertrokken zijn, nog de boel moeten opruimen, schoonmaken en inrichten, zodat op deze zelfde plek morgenochtend de opening van het KiviNiria congres kan plaats vinden. Onze samenwerking door alle gelederen van het onderwijs heen, heeft ons sterk gemaakt.

Het opleiden van jonge mensen, het benutten van hun talenten. Dat proces faciliteren is het mooist dat er is wat mij betreft. Het is de peiler van onze samenleving, onze toekomst, een toekomst die ver over onze schaduw heen riekt. Met nadruk zeg ik faciliteren omdat onze rol als manager geen heldenrol is maar vooral een ondersteunende rol. De heldenrol is weggelegd voor onze studenten en docenten. De voldoening en tevredenheid halen wij, managers, niet uit de waardering voor Ons werk, maar uit de waardering voor onze docenten. Als studenten daar tevreden over zijn, dan doen wij ons werk goed. Als er problemen zijn dan komt men bij ons en worden wij, managers, daarop aangesproken. Als het goed gaat dan is de eer voor onze studenten en docenten. En zo hoort het ook.

Het zal jullie niet verbazen dat voor mij de allermooiste momenten van een schooljaar bestonden uit de start van het schooljaar en de diploma-uitreiking.

Een mooiere dag dan deze, om afscheid te nemen,  kan ik me dan ook niet voorstellen: 5 oktober, de dag van de leraar.

Ik wil afsluiten met een citaat van Desmond Tutu: one of the greatest gifts we can give to the other generation is our experience, our wisdom.

Lieve mensen, het was een prachtige tijd. Hartelijk dank dat ik met jullie heb mogen samenwerken.

oktober 6, 2010 - Posted by | bijeenkomst | , , , ,

1 reactie »

  1. Lieve Ella,
    Mooi inspirerend verhaal uit het hart! Jammer dat wij het niet LIVE konden aanhoren. Hoop dat je een mooie dag had.
    Hartelijke groet, Leonieke en Bas

    Reactie door Leonieke | oktober 6, 2010


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: