Creatieve Verbindingen van Ella Hueting

Overpeinzingen van een onderwijsmanager

De laatste manager

Deze zomervakantie las ik een bijzonder prikkelend boek: De laatste manager, een pleidooi voor vrijheid, gelijkheid en ondernemerschap door Ben Kuiken.

Hij begint dit boek op een van de eerste bladzijden met de stelling dat het huidige besturingssysteem een systeem in verval is. ‘ De laat industriële mens had zich georganiseerd in grote, logge organen die niet meer te besturen waren en die alleen  met angst, onderdrukking of financiële prikkels overeind konden gehouden worden. Grote legers functionarissen, managers genaamd, moesten erop toezien dat de gewone werker, eufemistisch “medewerker” genoemd, datgene uitvoerden wat de top van de organisatie had bedacht. Uiteindelijk verloren ook zij de greep op hun organisaties en stortten deze tijdens enkele crises aan het begin van de eenentwintigste eeuw als kaartenhuizen in elkaar.’ Dit is een mogelijke terugblik in de toekomst op ons huidige managementsysteem.

Ben Kuiken beschrijft in zijn boek steeds groter wordende organisaties waarbij het werk op een zodanige manier georganiseerd wordt dat de mensen in de organisatie die het echte werk moeten doen gelost raken. De discrepantie tussen de top van de organisaties en de medewerkers wordt steeds groter. Managers, vooral het middenmanagement, doet zijn uiterste best om de kloof te overbruggen maar faalt jammerlijk. Vooral bij organisaties met veel hoog opgeleide mensen (kenniswerkers) zou deze problematiek groot zijn. Getuige de onvrede in en over organisaties met veel kenniswerkers, zoals bijv. de zorg en het onderwijs, is deze problematiek wel herkenbaar. De vraag waarom het huidige systeem dan nog in stand blijft, en als je het zou willen veranderen, hoe? is dan natuurlijk ook  buitengewoon interessant. Kuiken zoekt de oplossing in ‘ organisaties die anders zijn ingericht, zonder dikke lagen managers of grote kantoren. Organisaties die hun medewerkers weten te inspireren om het beste van zichzelf te geven. Niet ter meerdere eer en glorie van zichzelf of voor de bonus van de baas, maar omdat het hun werk is. En omdat ze daarmee anderen…kunnen helpen.’

In het eerste deel van zijn boek gaat Kuiken vooral in op de symptomen van het huidige systeem en in het tweede deel van zijn boek op de zoektocht naar de nieuwe organisatie. Ik ben het met recensent Harold Jansen eens dat vooral het eerste deel van het boek van Kuiken sterk is. Hierin beschrijft hij verschillende dilemma’s: wanneer is een organisatie zo groot dat de voordelen van schaalgrootte niet meer opwegen tegen de nadelen van zwaarlijvigheid? Beseffen moderne leiders die zichzelf vooral zien als passanten, hoe destructief hun houding is voor de motivatie van het middenkader, voor de inzet van de mensen op de werkvloer, kortom voor de loyaliteit van de medewerkers aan de organisatie? Meer vrijheid voor medewerkers, heeft ook een prijskaartje, namelijk het leveren van resultaten. Dit zijn interessante, overtuigende en herkenbare thema’s die wat mij betreft nog verder uitgewerkt hadden mogen worden. Het tweede deel vind ik minder overtuigend. Hij geeft hier niet echt een onderbouwde visie op hoe organisaties beter ingericht kunnen worden. Het Semco verhaal kennen we langzamerhand wel. En het verhaal over Buurtzorg Nederland vind ik niet zo overtuigend. Elke organisatie zal toch zijn kwaliteitszorg geborgd moeten hebben, al was het maar vanuit de maatschappelijke druk. Niet in de laatste plaats door de pers, die er bovenop zit als er ergens een fout gemaakt wordt, en dan blijkt dat de procedures niet gevolgd zijn. En dat geeft dan ook meteen aan waarom het zo moeilijk is om de huidige organisaties waarover we ontevreden zijn, te veranderen. Liever had ik gezien dat Kuiken aan de hand van zijn interessante analyse zou aangeven hoe je op basis van andere principes de innovatiekracht van je organisatie -lees: de betrokkenheid van de medewerkers- kunt bevorderen. Er is veel literatuur beschikbaar, met ook concrete voorbeelden, waar dat wel goed gaat. Lees bijvoorbeeld Eckhart’s notes van Eckhart Wintzen over de cellen binnen zijn succesvolle organisatie BSO. Of de innovatiekracht van ideeën van Isaac Getz . Helaas gebruikt  Kuiken geen literatuurverwijzingen, waardoor zijn boek toch wat amateuristisch aandoet. En dat is jammer, want hij heeft wel een punt. En zijn opmerkingen zijn bijzonder prikkelend. Die verdienen het om beter uitgewerkt te worden.

september 19, 2010 - Posted by | boek |

5 reacties »

  1. Eckhart’s Notes incluis zijn cellenmodel is wmb een van de grootste hypes van de vorige eeuw/begin deze eeuw, lees hier mijn review van dat boekje, inclusief commentaar van ‘de meester’ zelf: http://hollandsglorie.wordpress.com/2007/05/27/eckhart%e2%80%99s-notes-my-notes/

    Reactie door Pierre | september 20, 2010

  2. Pierre, dank voor je reactie en de link naar jouw site. Het boek is inderdaad erg populair geschreven, maar dat neemt niet weg dat er interessante dingen instaan. Mag klinken als open deur, maar is het niet altijd. Het toeval wil dat ik een aantal mensen ken die er ook gewerkt hebben en vanuit die situatie ook erg enthousiast zijn over de werkstructuur die indertijd bij BSO gehanteerd werd. Misschien ben ik bevooroordeeld.

    Reactie door ella hueting | september 20, 2010

  3. Hoi Ella,

    Je moet een goede vakantie gehad hebben. Goed boek hé. Ik promoot het binnen de han maar is nog moeilijk te vatten…voor sommigen.

    Reactie door Clark | september 20, 2010

  4. mijn leestip: U theorie !

    Reactie door Sjoerd | september 26, 2010

  5. excuus: theory U

    Reactie door Sjoerd | september 28, 2010


Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: